De Regeling energie vervoer staat in de Staatscourant: zo werkt ERE-registratie voor thuisladers vanaf 2026
Op 5 mei 2026 verscheen Stcrt. 2026 nr. 15748 — de RED III-uitvoeringsregeling. Werkt terug tot 1 januari 2026. Hieronder wat het betekent voor jou en ERE-registratie.
Eerst even: wat is de ERE-regeling? ERE staat voor Emissiereductie-eenheid. Eén ERE vertegenwoordigt één kilogram CO₂ die niet de lucht in is gegaan doordat er hernieuwbare energie in transport is gebruikt, bijvoorbeeld een EV die thuis op stroom rijdt in plaats van op benzine. Sinds 1 januari 2026 zijn brandstofleveranciers wettelijk verplicht een deel van hun jaarlijkse uitstoot te compenseren met ERE's. Ze kunnen die credits niet zelf maken, ze moeten ze inkopen van partijen die wél hernieuwbare energie aan transport leveren. Onder andere EV-rijders die thuis laden.
Het systeem is de Nederlandse uitwerking van de Europese Renewable Energy Directive III (RED III), uitgevoerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De Regeling energie vervoer is de set spelregels die bepaalt hoe het in de praktijk werkt: wie mag wat inboeken, met welke meters, onder welke voorwaarden.
De aanleiding Op 5 mei 2026 verscheen in de Staatscourant de Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat tot wijziging van de Regeling energie vervoer (Stcrt. 2026, nr. 15748). Het is de uitvoeringsregeling onder de gewijzigde titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer en het herziene Besluit energie vervoer.
De regeling werkt terug tot 1 januari 2026. Dat klinkt als een formaliteit, maar het is precies wat het systeem in beweging brengt: alle laadsessies vanaf nieuwjaar 2026 zijn officieel inboekbaar, ook al opende het REV-register pas later in het jaar.
We hebben de regeling doorgelezen, de hoofdtekst, alle negen bijlagen, de algemene toelichting, de internetconsultatie en de artikelsgewijze toelichting. Hieronder wat hiervoor er voor jou toe doet.
1. Eindelijk geregeld: jij hoeft geen 2 miljoen kWh te leveren
Onder het oude regime kon een particulier feitelijk niet inboeken. Artikel 9, zesde lid van de regeling stelt de drempel namelijk op 2 miljoen kWh per kalenderjaar voor wie zelf een inboekfaciliteit aanvraagt. Een gemiddeld huishouden met een EV laadt zo'n 3.000 tot 8.000 kWh per jaar. Het zou tweehonderd jaar duren.
Daar zit de inboekdienstverlener tussen, een nieuwe rol die expliciet is gecodificeerd in artikel 9, zevende en achtste lid. Een inboekdienstverlener mag namens jou inboeken bij de NEa, mits:
- hij minimaal 200 machtigingen heeft van klanten of natuurlijke personen samen (artikel 9 lid 7);
- elke machtiging is getekend voor minimaal één heel kalenderjaar of een veelvoud daarvan • anderhalf jaar mag dus niet (artikel 9 lid 8);
- de machtiging vermeldt naam, EAN, adres, plus toestemming aan de NEa om gegevens bij de netbeheerder op te vragen en aan de inboekverificateur om de laadlocatie te controleren (artikel 9 lid 8.b voor natuurlijke personen).
In de internetconsultatie (paragraaf 6.3 van de toelichting) is dit bij naam bevestigd: "De inboekdienstverlener is verantwoordelijk voor de fouten van zijn klanten." Het regulatoire risico ligt bij de partij die voor jou inboekt, niet bij jou.
Wat dit voor Joulo betekent. Wij draaien al onder dit kader. De 200-machtigingen-drempel is voor ons geen drempel maar een ondergrens die we ruim voorbij zijn. Wij ondersteunen 125+ laadstationmodellen van 45+ merken, met 9 directe cloud-integraties (Tesla, Easee, Wallbox, Zaptec, Plugchoice/Volt Time, etc) plus OCPP voor alles wat daarbuiten valt. Die breedte is wat we nodig hebben om de drempel praktisch haalbaar te houden zonder dat jij hardware hoeft om te ruilen.
2. Eén EAN, één inboekdienstverlener, één kalenderjaar
In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 9, achtste lid, staat het hard:
"Dezelfde onderneming of natuurlijke persoon, die op dezelfde locatie (met dezelfde aansluiting) elektriciteit levert onderscheidenlijk afneemt, mag gedurende een kalenderjaar derhalve niet van de diensten van meerdere inboekdienstverleners gebruik maken (om dubbele inboekingen te voorkomen)."
Hoe controleert de NEa dat? In de internetconsultatie (paragraaf 6.3) is het antwoord rechttoe rechtaan: "De NEa kan met behulp van het Register hernieuwbare energie vervoer controleren of meerdere partijen op dezelfde aansluiting inboeken." De controle vindt dus plaats binnen het REV-register zelf.
Concreet: als je halverwege het jaar van inboekdienstverlener wilt wisselen, kan dat technisch wel maar pas vanaf het volgende kalenderjaar. Wisselen midden in een lopende periode betekent dat de NEa beide aanvragen kan afwijzen. Niet "dubbel uitbetalen", afwijzen.
3. De meter die telt is het bemeterde leverpunt, geen externe meter
Artikel 9, eerste tot en met derde lid, is glashelder over welke kWh meetelt:
"De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt."
De artikelsgewijze toelichting voegt toe: "Een meter die geen onderdeel van het leverpunt is, mag derhalve niet gebruikt worden bij het bepalen van de hoeveelheid geleverde elektriciteit die ingeboekt wordt."
Voor thuisladen betekent dit: een MID-gecertificeerde meter geïntegreerd in de laadpaal. De externe MID-meter in de meterkast, vóór 2026 nog wel gebruikt, verdwijnt uit de inboekketen voor particuliere thuisladers. Bij bedrijven met een dedicated allocatiepunt of een directe lijn zijn andere constructies mogelijk (artikel 9 lid 2 en 3), maar voor thuisladen geldt: de meter zit in de paal.
Wat dit voor Joulo betekent. Onze hardware-coverage is hier expliciet op afgestemd. De Joulo laadpaalchecker filtert in tien seconden of jouw paal voldoet aan de bemeterd-leverpunt-eis. Past hij niet, dan zien we dat direct en weet je waar je staat.
4. V2G/V2H uit het voertuig telt niet als laadsessie
Zowel artikel 9 lid 1 als lid 3 sluiten af met dezelfde zin:
"...waarbij terugleveringen van elektriciteit vanuit het voertuig niet ingeboekt worden."
Bijlage 3 onderdeel 6.a herhaalt het in andere bewoordingen: "invoeding van elektriciteit uit de accu van het voertuig aan het distributiesysteem voor elektriciteit niet ingeboekt worden". En bijlage 8 onderdeel E.1.p verplicht de inboekverificateur expliciet te controleren dat "de hoeveelheden teruggeleverde elektriciteit zijn verrekend met de uiteindelijke ingeboekte hoeveelheid elektriciteit."
Concreet: als je auto stroom teruglevert aan het huis of het net, mag dat niet als laadsessie worden geboekt. De inboeking betreft alleen netto-levering aan het voertuig. Verdienmodellen rond V2G moeten via een ander spoor lopen, typisch FCR/aFRR in de balansmarkt, niet ERE's.
Wat dit voor Joulo betekent. Onze datapipeline scheidt in- en uitgaande kWh al op meterregistratieniveau. Wat de wetgever nu codificeert is hoe wij sessies al boeken. Geen aanpassing nodig.
5. Inboekverificatie wordt steekproefsgewijs, niet elke laadlocatie krijgt bezoek
Bijlage 8 deel E (de nieuwe inboekverificatie elektriciteit) is hier nieuw én relevant. Voor inboekingen via een inboekdienstverlener bepaalt punt 2:
- de inboekverificateur bezoekt het vestigingsadres van de inboekdienstverlener bij het initieel onderzoek;
- klantlocaties (jouw adres dus) bezoekt hij steekproefsgewijs op basis van risicoanalyse, niet allemaal, niet altijd;
- hij controleert dat de machtigingsgevers voldoen aan de vereisten als inboeker.
In de toelichting bij bijlage 8 staat het ontwerp expliciet: "verlangt de bijlage geen verificatieverslag per klant, maar volstaat verificatieverslag per inboekdienstverlener." Dat is een bewuste vereenvoudiging om het systeem werkbaar te houden bij grote aantallen particuliere klanten.
In de praktijk: de kans dat er bij jou aan de deur wordt geklopt is klein, maar niet nul. Houd je laadpaal en aansluiting in orde, daarvoor zorgen wij niet.
6. €400 per jaar bestaat — maar niet voor jou
Het nieuwe artikel 24a stelt: "Voor de opening en het gebruik van een rekening met overboekfaciliteit ... is de onderneming per kalenderjaar een vergoeding van €400 verschuldigd."
Lees dat zinnetje rustig: het gaat om een rekening met overboekfaciliteit, en alleen voor "ondernemingen die als hoofdactiviteit het bedrijfsmatig handelen in energiederivaten, broeikasgasemissierechten of emissiereductie-eenheden" doen (artikel 20 lid 3 nieuw). Dat zijn ERE-handelaren. Jij bent dat niet.
Voor particuliere thuisladers: geen vergoeding aan de NEa. De relatie loopt via je inboekdienstverlener.
7. 15 december is een deadline voor je inboekdienstverlener, niet voor jou
Het nieuwe artikel 21, vierde lid, bepaalt dat de NEa rekeningaanvragen voor een rekening met inboekfaciliteit of overboekfaciliteit "in behandeling neemt tot en met 15 december van een kalenderjaar waarover een onderneming wenst in te boeken of over te boeken." Daarbij heeft de NEa zelf nog twintig werkdagen verlenging mogelijk.
In de toelichting bij artikel 21 staat de reden expliciet: rekeninggoedkeuring vereist navraag bij externe partijen (vergunningen accijnsgoederenplaats, EAN-tenaamstelling). Die zijn niet altijd snel. Wachten tot december levert dus een reëel risico op dat het hele jaar kwijt is.
Voor jou als thuislader maakt dit niets uit zolang je inboekdienstverlener vóór 15 december aangesloten staat.
8. Het rekenmodel: 183 g CO₂eq/MJ als referentie
In de toelichting bij bijlage 3 (onder onderdeel AG) bevestigt het ministerie de nieuwe rekenwaarden:
"De fossiele referentie voor vloeibare en gasvormige brandstoffen, is 94 gCO2eq/MJ en voor elektriciteit 183 gCO2eq/MJ."
Voor netlevering van Nederlandse elektriciteit aan voertuigen geeft dat de bekende rekenformule ongewijzigd:
ERE-elektriciteit = kWh × hernieuwbaar-aandeel × 183 × 3,6 ÷ 1.000
Wat verandert is dat de berekening nu wettelijk geborgd is in plaats van afhankelijk van interpretaties. De administratieve dubbeltelling voor sommige biobrandstoffen (vroeger 2× tellen) is afgeschaft (paragraaf 2.4 toelichting). Het systeem stuurt nu rechtstreeks op CO₂-equivalent-ketenemissiereductie. Voor elektriciteit verandert er materieel weinig — voor biobrandstoffen behoorlijk veel.
9. RARE-percentage loopt af, vraag naar ERE-elektriciteit loopt op
Artikel 5 lid 1 stelt het percentage waarmee leveranciers (oliemaatschappijen) hun verplichte aandeel hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong met raffinagereductie-eenheden (RARE's) mogen invullen vast op:
| Jaar | Aandeel RARE's |
|---|---|
| 2026 | 100% |
| 2027 | 80% |
| 2028 | 78% |
| 2029 | 76% |
| 2030 | 74% |
De rest moet uit directe inzet komen, waaronder elektriciteit. Vertaald: de structurele vraag naar ERE-elektriciteit (waaronder die uit jouw thuislader) neemt elk jaar toe richting 2030. Goed nieuws voor wie nu instapt.
Wat moet jij concreet doen?
- Check of je laadpaal voldoet, ingebouwde MID-meter, op jouw EAN. Doe de check.
- Koppel je laadpaal, bij Joulo via één van de 9 cloud-integraties of OCPP.
- Wacht op de kwartaaluitbetaling. Sessies vanaf 1 januari 2026 zijn meegenomen, ook retroactief.
Wat doet Joulo achter de schermen?
- We voeren de inboekingen uit, beheren de machtigingen en betalen uit.
- We scheiden in- en uitgaande kWh op meterregistratieniveau zodat V2G-terugleveringen automatisch buiten de inboeking vallen (bijlage 8 onderdeel E lid 1.p).
- We dekken 45+ laadstationmerken via 9 cloud-integraties + OCPP zodat je hardware niet hoeft te wisselen om mee te kunnen.
Lees zelf na
De volledige regeling, inclusief artikelsgewijze toelichting en implementatietabel RED III, staat hier: Staatscourant 2026, nr. 15748 (PDF, 4,7 MB).
Wil je weten wat dit voor jouw situatie betekent? Doe de laadpaalcheck of vergelijk inboekdienstverleners op één pagina.
Bron: Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2026, nr. 15748, 5 mei 2026. Regeling van 23 april 2026, kenmerk IENW/BSK-2026/72492. Inwerkingtreding tegelijk met de wijzigingswet (Stb. 2026, 83), met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.
// // Aan de slag
Verdien geld met thuisladen via ERE-credits
Koppel je laadstation, Joulo regelt de rest. Standaard 20% servicekosten, lager via loyaliteit en referrals, jaarlijks opzegbaar, per kwartaal uitbetaald.